Het Popcentrum Den Haag moet blijven!
Den Haag is Popstad nummer één en dat is met een reden. Hele actieve popliefhebbers hebben sinds de zestiger jaren van vorige eeuw hard gewerkt aan een levendig circuit van podia voor bands om op te treden. Daar waren oefenruimtes voor nodig waarvoor men aanklopte bij de dienst cultuur en welzijn om ruimtes te huren. Dat is waarom je in deze reportage vaak de naam Schak zal horen vallen. Later verhuist dat naar de Burg. Hovylaan 12 en gaat het Haags Pop Centrum heten (HPC).
Momenteel zit het Popradar (zoals het nu heet) in de financiële problemen, ongetwijfeld niet minder door de coronatijd. In deze reportage vraag ik aan gebruikers naar het belang van de functie van dit gebouw.
Op mijn tocht langs de groepen die er gebruik van maken (en ik heb zeker niet alle activiteiten gezien, want er gebeurt nog veel meer) ontmoet ik zo veel liefde voor de plek, het gebouw, de medewerkers, de buurt, de muziek, de cultuur, het samenwerken, de contacten onderling.
Zelf ken ik het gebouw vanaf het moment het HPC zich er vestigde. Ik heb te veel buurthuizen, speelplaatsen en jeugdwerkers zien verdwijnen door bezuinigingen om stil te blijven toekijken hoe HPC zal vercommercialiseren en daaraan kapot zal gaan. (Muziek)cultuur is geen plantje waar je een paar dubbeltjes in de grond stopt en dan verwacht dat er guldens(euro’s nu) aan zullen groeien. Het is zoals Rob Boshuijzen het zegt: “Muziekcultuur heeft infrastructuur nodig!”